Blog

20
Dec

De cultureel creatieven

Een drietal criteria om de echte wereldverbeteraars op te sporen

Sinds 1 oktober dit jaar ben ik mijn eigen bedrijfje begonnen. Het heet Wajomer en dat is Hebreeuws voor zeggen, spreken. Het geven van lezingen, het leiden van cursussen om te leren spreken in het openbaar en ook de meer persoonlijke begeleiding van mensen daarin, ik doe dat al jaren, want daar ben ik goed in. Maar als je de markt op gaat – zo leerde ik ooit op de HEAO – dan is het goed om die markt te verkennen en onder te verdelen in segmenten en om daar dan vervolgens een paar van uit te kiezen waar je je zo efficiënt mogelijk op kunt richten. Het marktsegment waarin ik de meeste waarde kan bieden en creëren lijkt mij een groep mensen die ik maar even wil aanduiden als ‘de cultureel creatieven’.
Ik kwam deze term tegen in het boek Spirit in Finance van Ivo Valkenburg (2009, p. 76). Ivo baseert zich op de Amerikaanse socioloog dr. Paul Ray, die in een Westerse samenleving drie groepen van elkaar onderscheidt: de traditionalisten (25%), de modernisten (50%) en de cultureel creatieven (25%). De eerste groep verdedigt de waarden en normen van het verleden met hand en tand. De tweede groep gelooft in de newtoniaanse kijk op de van buitenaf beheersbare wereld, en de onaantastbare rechten van het individu. De derde groep die groeiende is, is spiritueel geïnspireerd, gelooft in technologische en economische vooruitgang, heeft een holistische lijk op de wereld, wil verandering van ‘binnenuit’ stimuleren, zijn ondernemend en creatief met spitrituele en psychologische diepgang en gaan daarbij voor het creëren van echte waarde (in termen van duurzaamheid, vakmanschap, liefde en ethiek).
Deze laatste groep is het segment in mijn ‘markt’ van sprekers in het openbaar, waarop ik mij wil richten Nu heb ik alleen het idee, dat deze cultureel creatieven in alle lagen van de samenleving te vinden zijn en ook dat een deel van de groep die zich cultureel creatief noemt het niet echt is – dat wil zeggen toch voor het grote, snelle geld gaan en minder voor waarde. Dat maakt de doelgroep, die ik wil leren spreken in het openbaar, wel moeilijk traceerbaar. Ik wil geen tijd verliezen en doelgericht aan het werk met mijn ‘bedrijfje’. Criteria, die helder beschrijven waarom mensen wel of niet met mij in zee willen gaan, zijn daarom een must. Ik ben druk aan het zoeken en heb er tot nog toe drie gevonden

1) De geleidelijke overgang
Een eerste criterium om de cultureel creatieven mee op te sporen is voor mij: ‘ben je bereid om oude patronen op nieuwe manieren te vullen?’ Ik ben niet uit op een revolutie, waarin tegen al het oude wordt gevochten en vervolgens over boord kan worden gegooid. Het is mijn ervaring, dat hoe meer je tegen iets vecht, je juist dat wat je bevecht in jezelf integreert. Revolutie werkt averechts en staat in ieder geval niet in het teken van de liefde. Ik ga meer voor geleidelijke overgang, het waarderen van al het goede dat in het verleden tot stand is gebracht en dat op een nieuwe, liefdevolle manier verbinden met wat wijzelf nu tot stand brengen. Daarmee wordt het oude gerespecteerd en tegelijkertijd getransformeerd naar iets nieuws.
Het gaat in dit criterium om een soort grondhouding. Iedereen weet zo langzamerhand wel, dat het anders moet. De vraag is alleen hoe? De weg van de geleidelijke overgang is een moeilijke en vaak harde weg, maar voor mij de enige weg om sektevorming en meer van dat soort fundamentalistische ongein te voorkomen. Het gaat mij niet om een apart paradijsje voor een paar enkelingen, maar om een heel nieuw tijdperk gebaseerd op liefde dat zich op grote schaal – het liefst mondiaal – moet gaan doorzetten.

2) Het mag iets kosten
Een groot deel van de echt cultureel creatieven kom ik tegen in de netwerken. Dat zijn heel vaak mensen die hun baan hebben opgezegd, voor zich zelf zijn begonnen en niet over voldoende financiële middelen beschikken om hun idealen te realiseren. Daar vind ik dan een tweede criterium: ‘mag je ideaal iets kosten?’ Bij deze mensen is dat het geval en ze zijn me dierbaar. Ik wil graag deze mensen helpen om geloofwaardig over te komen in hun presentaties voor klanten, want daarmee maken ze echt verschil, brengen ze ‘spirit in finance’ en werken ze mee aan het realiseren van de idealen van het nieuwe tijdperk gebaseerd op liefde. Alleen wordt het in deze tijd van crisis en krapte steeds moeilijker om groepen vol te krijgen. Ik vind dat mijn cursus retoriek van 10 dagdelen € 750,- waard is en ik vraag aan het begin € 450,- aanbetaling. Het resterende bedrag wordt door de cursist zelf vastgesteld op basis van waardebepaling achteraf, financiële draagkracht enzovoort. Waar ik steeds weer tegen aan loop is dat de deelnemers het volle bedrag wel graag willen maar gewoon niet kunnen betalen. Het opleidingsniveau van deze mensen verschilt heel erg, maar daar kan ik me in de cursussen prima bij aanpassen. Als predikant en docent (middelbaar, universitair en postdoctoraal onderwijs) ben ik gewend om niveaus in te schatten en erop in te tunen. Diversiteit in kennisniveaus maakt de groepsprocessen enorm boeiend: deelnemers gaan daardoor aan elkaar groeien.
Een ander deel van de cultureel creatieven zit in het marktsegment van topmanagers, wetenschappers, politici, kortom mensen met voldoende financiële middelen en hoog kennisniveau met wie je op reis kunt naar Madeira of andere hemelse oorden en aan wie je ook veel hogere bijdragen voor een cursus kunt vragen. Dat voorkomt vrijblijvendheid en stimuleert de echte leerprocessen, want hier wordt waarde geboden. En ook hier geldt het criterium: ‘mag je ideaal iets kosten?’ In deze groep zal dat meer in de richting gaan van tijd voor studie en zelfonderzoek, ego-verlies, aanzien en positie dan om puur geld, maar even waardevol. Met een hoog kennisniveau kun je ook wat abstracter inzetten en je toespitsen op meer algemenere ontwikkelingen in cultuur en maatschappij, waarop juist deze mensen ook echt invloed hebben. En ook daar liggen enorme kansen en reële mogelijkheden om het nieuwe tijdperk gebaseerd op liefde naderbij te brengen. Ik vind dit daarom een heel belangrijke groep, waar ik geen directe toegang toe heb en waar ook de toegankelijkheid veelal wordt afgeschermd. Hetzelfde gebeurt trouwens in de wetenschap, in de kerk, overal waar het op de hogere posities aankomt. Ik ben alleen niet geïnteresseerd in hoge posities, maar in het naderbij brengen van het nieuwe tijdperk gebaseerd op liefde. En daarom blijf ik deze groep en vooral de cultureel creatieven daarin belangrijk vinden.

3) De verbinding
Een derde criterium waaraan de doelgroep waar ik mij op wil richten zou zijn: ‘ga je voor de verbinding?’ Het valt mij op dat steeds meer cultureel creatieve zzp’ers tegenwoordig op zoek gaan naar allerlei nieuwe vormen van samenwerking. Hun eenmansbedrijfje is een vorm, die handig is om geld- en informatiestromen goed te reguleren, maar staat in feite toch in dienst van een groter geheel. En dat grotere geheel is meer dan de simpele optelling der delen. Expertise en netwerken worden gedeeld, waardoor een krachtige verbinding ontstaat, waar veel meer mensen wat aan kunnen hebben dan in het geval dat je alles in je eentje doet.
Zo zit ik op dit moment in een samenwerkingsverband met Piet Hurkmans en Sander Datema. Alle drie hebben we wat met retoriek en alle drie hebben we onze eigen invalshoek. Sander (acteur) benadert het spreken in het openbaar vanuit de performance (de vorm), Piet (ex tv programmamaker) vanuit het contact tussen spreker en publiek (de verbinding) en ik vanuit de interpretatie van bronnen (het verhaal). Zo ontstaat een soort retoriek carrousel waaraan je deelnemers aan een studiedag van drie verschillende onderdelen van de retoriek kunt laten proeven. Daarna kan men zich verder verdiepen in de materie van zijn of haar keuze bij één van ons drieën of bij twee of alle drie. Ook het experiment van Sanne en Nils Roemen, waarin de oude en de jonge garde bij elkaar wordt gebracht met het doel van elkaar te leren en met die kennis nieuwe projecten op te zetten zit in deze sfeer. Ook hier zoeken naar de verbinding, het meest wezenlijke element van de liefde, lijkt me zo.
Maar ook buiten de netwerken waar ik zelf in zit neem ik soortgelijke ontwikkelingen waar: in de politiek, in het bedrijfsleven, in de maatschappij en verder in het succes van tijdschriften als Mind en Happinez. Voor mij is de verbinding, waarin meerwaarde wordt gecreëerd en gedeeld het belangrijkste criterium voor de cultureel creatieven. In feite komen de vorige twee criteria hier bij elkaar.

Het is best wel leuk om criteria te hebben om de cultureel creatieven mee te traceren of te beschrijven, maar wat doe je er mee, hoe bereik je hen en hoe help je hen om het tijdperk van de liefde daadwerkelijk naderbij te brengen. Ik denk, dat jij en ik hierin iets voor elkaar zouden kunnen betekenen. Van Ramses Shaffy heb ik het volgende motto geleerd: loop nergens achteraan, maar omarm alles wat op je weg komt. Daarom ben ik benieuwd naar jouw reactie, cultureel creatieveling. Want wij gaan samen het nieuwe tijdperk gebaseerd op liefde met rasse schreden naderbij brengen.

Warme groet en fijne Kerst
Jan

Ik zou het leuk vinden als je op de gedachten die hier of elders zijn verwoord wilt reageren.

Reageer