Blog

25
Jun

De mens

25 juni 2017

Thema: over de te beperkte (Griekse) blik van Paulus op Adam

Overdenking
De pastorale brieven
Er staat een groot aantal brieven in het Nieuwe Testament. De meeste daarvan zijn brieven van Paulus aan verschillende met name genoemde gemeenten, Corinthiërs, Galaten, Romeinen, enzovoort. Dan zijn er ook nog een aantal meer algemene brieven aan niet met name genoemde gemeenten, zoals de brieven van Petrus, van Johannes, Jacobus, Judas, enzovoort. En tenslotte hebben we nog de zogenaamde pastorale brieven, bijvoorbeeld die aan medewerkers van Paulus, zoals Titus, Filemon en ook Timoteüs. Er wordt over het algemeen vanuit gegaan dat het persoonlijke brieven van Paulus zijn met goede raad aan zijn leerling-medewerkers: hoe zij hun pastorale werk in de gemeente moeten doen, waar ze de nadruk op moeten leggen, kortom hoe ze een goede pastor kunnen zijn voor de gemeente waar de Heer hen heeft geplaatst. Ook wordt wel gedacht dat deze brieven later in naam van Paulus zijn geschreven en dus niet door hem zelf. Ik ga er vanuit dat hier gaat om een heel persoonlijke brief van Paulus aan zijn geliefde leerling Timoteüs.
In ieder geval gaat het in die pastorale brieven over wat belangrijk is voor het gemeenteleven. Dat is in de brieven van Timoteüs vooral de omgang met rijkdom en geld en of mensen daar al dan niet hun vertrouwen op stellen. Beter is het natuurlijk om het heil te verwachten van Hem die woont in een ontoegankelijk licht, zo goed als onbereikbaar dus, maar toch werkzaam in het hart van de gemeente en van haar leden. Alleen zo leg je een stevig fundament voor de toekomst en win je het ware leven. En dat fundament is vele malen krachtiger dan de vermeende zekerheid van materiële rijkdom, die mensen tot een hoop ellende, afgunst en strijd aanzet en die ook nog zomaar van de één op de andere dag kan zijn verdwenen. Van die materiële rijkdom moet Timoteüs zich dus verre houden – volgens Paulus – en hij moet helemaal gaan voor de liefdevolle verbinding die komt van de Allerhoogste die woont in een ontoegankelijk licht.

De theologie in de Romeinenbrief
Dit ligt allemaal aardig in één lijn met wat Paulus is zijn brief aan de Romeinen schrijft. Als oud Joods Schriftgeleerde is hij natuurlijk erg getriggerd door de Torah, ofwel de wet en de rol van die wet in het concrete dagelijkse leven van de Jahweh gelovigen. Maar het Christelijk geloof heeft hem een heel ander perspectief op die wet gegeven en in de Romeinenbrief is hij vooral bezig om zich op een nieuwe manier tot die wet, de Torah te verhouden. En daar gaat hij voor mijn gevoel toch hier een daar een beetje de mist mee in.
Het is natuurlijk een prachtige en theologisch betekenisvolle vondst om te gaan nadenken over de eerste en de tweede Adam. Alleen de vergelijking is ietwat geforceerd en te simpel. Wat Paulus over de eerste Adam zegt klopt gewoon niet. Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood. Het is gewoon niet zo dat de hele natuurlijke orde is veranderd, omdat Adam en Eva hebben gegeten van de boom der kennis van goed en kwaad. Al miljoenen jaren lang voordat de mens ten tonele verscheen plantte alles dat leefde zich voort en ging dood. En hetzelfde gold ook voor de eerste mensen, omdat ook zij behoren tot de natuurlijk orde. De slang is voor mij dan ook het symbool van het kwaad dat de mens begon, maar dat allang bestond voordat de mens ten tonele verscheen. En ook op de uitspraak wat verderop dat door de wet de overtredingen toenamen, valt wel wat af te dingen. De wet maakt mensen juist bewust van het onderscheid tussen goed en kwaad en geeft de mensen de keus. Men kan nu bewust kiezen voor het kwaad en ja in dat geval overtreft de wreedheid van de mens die van de natuur vele, vele malen. Het is niet de wet die de zonde doet toenemen maar de bewuste wil van de mens om kwaad te doen met strijd, hebzucht, moord, oorlog en onnatuurlijke dood als gevolg. Je kunt ook voor het goede kiezen, dan wordt het leven goed en is er volop reden om blij met de wet te zijn en elk jaar – zoals de Joden doen – het feest Simchat Torah, wat vreugde der wet betekent, te vieren. Niet voor niets stelt Mozes het volk Israël voor zij het beloofde land betreedt voor de keuze: er zijn twee mogelijkheden, de dood of het leven, kies dan toch voor het leven!
De betekenis van de Hebreeuwse naam Adam is afgeleid van het woord adama, wat aardbodem en ook wel akkerland betekent. Adam betekent dan zoiets als genomen, voortgekomen uit de aarde, behorend tot de natuurlijke orde en wordt op die manier een soortnaam voor alle mensen. In zijn theologische duiding van die naam doet Paulus eigenlijk twee dingen. Hij stapt af van de Hebreeuwse betekenis van soortnaam en stelt Adam voor als een individuele persoon die ook nog eens verantwoordelijk is voor alle zonde en dood in de hele wereld. En daarmee kan hij de redding van zonde en dood ook aan één individuele persoon – de tweede Adam – toeschrijven en wel aan Jezus van Nazareth die de Christus de Messias is. Hij werd gezonden door God, de Allerhoogste, Hij die woont in een ontoegankelijk licht om de wereld te redden van zonde en schuld. En die genade geschonken door die ene mens is veel overvloediger dan al het kwaad dat in de wereld is geslopen.

Hij die woont in een ontoegankelijk licht
Juist in die laatste denkbeweging blijft Paulus trouw aan zijn Joodse wortels. Want in de Joodse Godsbeleving gaat het niet alleen maar om de vrije wil van mensen om te kiezen tussen goed en kwaad, maar ook en vooral om de genade van de Eeuwige die mensen – ook al kiezen ze bewust voor het kwaad – altijd weer nieuwe kansen en perspectieven geeft om anders te kiezen. Zijn liefde is onmetelijk veel krachtiger dan alle ellende die mensen elkaar aandoen en alle overlevingsdrang in de natuur en de wreedheid die daarmee gepaard gaat. Ook al versimpelt Paulus de zaak misschien een beetje te veel, de liefde van God die sterker is dan alle duistere tegenkrachten blijft recht overeind. Okay, de Allerhoogste mag dan wonen in een ontoegankelijk licht, voor mensen niet direct bereikbaar dus, toch komt de werking van die liefde wel heel dichtbij. Jezus heeft juist die liefde in de harten van mensen gelegd en als die daar gaat werken, dan komt dat ook naar buiten en wordt zichtbaar, merkbaar, voelbaar in hun handelen. Dan wordt het leven goed omdat de hemel mij begroet.

De toekomst van de gemeente van Christus
Paulus spoort Timoteüs – die dienaar is van God in de gemeente van Christus – aan om zich verre te houden van geldelijk gewin, hebzucht, begeerte en zijn leven en dat van de gemeente te wijden aan rechtvaardigheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. Juist die zaken, waar de Torah ons steeds op wijst en waardoor je dankbaar wordt dat de Allerhoogste ons zulke krachtige regels heeft gegeven om het goede leven te leven of te hervatten als het ergens mis is gegaan. Aan de rijken in de gemeente en in deze wereld moet hij opdragen om niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet te stellen op zoiets onzekers als rijkdom, maar op God die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten. En ook om goed te doen, rijk te zijn aan goede daden, vrijgevig, en bereid om te delen. Dat is de enige manier om een stevig fundament te leggen voor de toekomst en het ware leven te winnen.
Nou gemeente van Christus in Gasselte, de keuze lijkt me duidelijk als je het over de toekomst hebt. De alternatieven zijn helder: materiële zekerheid, begeerte, macht, invloed, controle, strijd en dood aan de ene kant, de liefde van God die de hele materiële en geestelijke orde doordringt met geloof, rechtvaardigheid, zachtmoedigheid, leven (binnen en voorbij de grenzen van de tijd) aan de andere kant. Kies dan voor het leven, zou ik Mozes willen nazeggen. Ik zal het allemaal met veel belangstelling volgen in de komende tijd, zonder ook maar enige invloed te willen uitoefenen. Want de liefde van Hem die woont in een ontoegankelijk licht en die in onze harten wordt gelegd door de Heer die wij dienen en wiens naam wij dragen, werkt door middel van de Heilige Geest direct en zonder verdere tussenkomst: heel persoonlijk in de harten van mensen en meer gemeenschappelijk in het hart van de gemeente.

Voorbeden:
Lieve God,
Wij danken U, dat – ook al bent U voor ons niet direct bereikbaar – wij toch door Jezus Uw Zoon en door de Sjechina, Uw Heilige Geest, enig besef mogen hebben van dat ontoegankelijke licht waarin we niet eens zouden kunnen leven, maar dat U voor ons breekt in alle kleuren van de regenboog, zodat het leven mogelijk wordt. Dank U wel voor die eeuwige nooit ophoudende stroom van licht, die universele scheppingskracht waarmee U Uw schepping koestert, verwarmt en in stand houdt. En wij vragen U om ons te helpen – persoonlijk en als gemeente van Christus in Gasselte – om al onze hoop voor een mooie en zekere toekomst daarop te vestigen.
Wees met een ieder van ons voor wie het leven moeilijk is. U kent een ieder van ons als geen ander en daarom willen wij stil worden voor U. Kom ins ons hart Heer Jezus en bid voor ons. En als wij de woorden niet vinden, laat dan Uw Heilige Geest werken in onze stilte en de boodschapper zijn van Uw vrede. Spreek Heer want Uw gemeente hoort.
Stil gebed
Onze Vader.

Bijbellezingen:
Romeinen 5, 12-15
1 Timoteüs 6, 2b -19

Reageer