Blog

14
Feb

Ken je mij?

Voorgangers in deze bijzondere dienst: Jan Chr. Vaessen en Maria Mazarakis.

Op Valentijnsdag 2016 – de eerste zondag van de veertigdagentijd – hebben we het experiment dat we omstreeks de zelfde tijd in 2015 zijn begonnen voortgezet. Dit keer hebben we ons gebogen over Psalm 139 en het lied ‘Ken je mij?’ van vader en dochter Oosterhuis. Daarna hebben we afzonderlijk onze eigen (korte) preek gemaakt die we niet van te voren aan elkaar hebben laten lezen, maar pas tijdens de kerkdienst van elkaar hoorden. Na de preek hebben we het lied ook samen ten gehore gebracht – Maria: zang en Jan: orgel. Een bijzondere en prachtige ervaring voor de voorgangers en hun gehoor.

Dag van de Retoriek 2014-180

Preek Maria
Wanneer ik ben en jij bent is samen-zijn mogelijk

Stel je eens voor; je kijkt in de spiegel en je ziet niets… Wat een gek beeld he?! Dit beeld gaf een vriend mij toen ik hem vroeg een tekening te maken bij het nummer ’Ken je mij’. Wat zegt dit beeld? Zegt het iets over dat ik niet besta? Dat ik niets ben… Dat ik kijk zonder mezelf echt te zien? Dat ik leef, zonder er echt te zijn? Of dat ik één ben met alles om mij heen misschien? Hoe vaak kijk ik niet in de spiegel en zie ik alleen mijn haar dat ik aan het föhnen ben, mijn lippen die ik rood stift, of de kussentjes onder mijn ogen. Dan zie ik stukjes van mezelf én alleen de buitenkant.

Wie ben ik?
Toen ik voor het eerst het nummer ’Ken je mij’ hoorde zat ik in een mindfulnes-training. We zaten allen voor een dansspiegel op een rij en vol in het licht. Die tekst… Zo, wat kwam die binnen. ‚Ken je mij, wie ken je dan, weet jij mij beter dan ik?’ Ik keek mijzelf recht in de ogen. Dikke tranen stroomden over mijn wangen. Had ik mezelf niet eerder in de spiegel gezien? Jawel! Maar dit keer keek ik blijkbaar met aandacht, zag ik mezelf helemaal en zocht de tekst van het lied in mij naar antwoorden. Ik voelde mijn verdriet van dat moment, ik zag het ook in mijn gezicht. Ik zag mijn tranen en ze mochten er zijn. Het ging eigenlijk verder dan dat; ík mocht er zijn, die vijf minuten. Dát… en de vraag als ik er mag zijn, wie ben ik dan?

Wie ben ’jij’?
Toen Jan Vaessen en ik dit avontuur samen aangingen vroeg Jan; ”wie is voor jou de ’jij’ in het lied? Ik realiseerde me dat ik de jij’ vaak heb bezongen als zijnde de ander en soms in hetzelfde lied was ik het ook zelf. Soms zing ik het lied zelfs met een boze ondertoon als ik vind dat de ander mij anders ziet dan ik ben, of wanneer ik boos ben op mezelf wanneer ik mij niet laat zien aan die ander, niet durf te gaan staan voor wie ik ben en wil zijn.
Ben jij de enige voor wiens ogen niets is verborgen en kan jij het hebben dat ik geen licht geef, niet warm ben, niet mooi en niet veel…. Dan ben ik zelf de ’jij’, omdat ik me blijkbaar niet kan voorstellen dat een ander mij zou willen en kunnen zien zoals ik werkelijk ben en ikzelf ook niet geneigd ben mij mooier te maken of te zien. Puur natuur. Zou dat niet veel teveel waar zijn… In deze context vertaal ik deze zin als; Jeetje hoe bizar is dat?! Wat maakt dat ik deze gedachte heb ! Nog steeds heb… zou ik eraan toe willen voegen. Want hoe diep snijden soms de wonden van veel eerder, die wel geheeld zijn, maar waarvan de littekens nog licht zichtbaar en voelbaar zijn. Ieder van ons heeft wel van die littekens… Pas wanneer we zelf de weg naar binnen gaan kunnen we onszelf ontmoeten en her-ontdekken. En als ik dat doe, vind ik daar mijn verdriet en mijn boosheid, maar ook mijn innerlijk vuur, mijn eigen wijsheid, mijn persoonlijke passie en nieuwsgierigheid naar het leven. Dan wordt mijn Zelf helder en zichtbaar. Dan ben ik er gewoon. Hoe fijn! En hoe moeilijk soms de weg er naartoe.
De ’jij’ in Psalm 139 is duidelijk God; alwetend, altijd nabij, mijn vader en moeder tegelijkertijd. Hij als enige Ziet mij zoals ik ben, zoals ik wil zijn, zoals ik wil worden… Misschien is het lied Ken je mij, geschreven door Huub Oosterhuis daar wel een antwoord op. Want God, wie ben jij dan? Ken jij mij? Weet jij mij beter dan ik?
“Die zin die klopt niet mama! Weet jij mij beter dan ik, dat is geen goede zin”, zeggen mijn kinderen. Toen ik psalm 139 nog niet kende snapte ik die zin ook niet. Ik bedacht me dat het zou kunnen gaan over mijn ‚innerlijk weten’. Want als ik diep van binnen luister naar wat mijn Zelf mij te zeggen heeft, dan weet ik het ook, zelf. Als ik heel goed luister en er voor open sta.
Dus God, het Universum, mijn Innerlijk Weten misschien spelen jullie wel samen het spel dat leven heet.

Ik en jij, samen
Ik heb ontdekt dat als mijn ik opgaat in een wij, dat er dan geen sprake van samen meer kan zijn. Dan is er geen ruimte meer voor interactie. Als mijn ik opgaat in een wij, verdwijnt mijn ik. Dan is mij niet meer duidelijk wie ik ben en wat ik vanuit het diepst van mijn hart wil of fijn vind. Ik denk en handel vanuit wij. Er ontstaat spanning en opwinding en langzaam verdwijnt de veerkracht. Hoe moeilijk is het dan om ik en jij weer alle ruimte te geven; te ontdekken wie ik ben en wie jij bent. Twee mooie mensen. Kan ik zonder jou, of de ander? Nee, niet als ik in verbinding wil staan met het leven. Door te leven in het samen zijn met anderen geef ik betekenis aan mijn leven, ben ik onderdeel van een veel groter geheel en ben ik van waarde. Is ieder dan van waarde.

Leven vanuit verwondering en vertrouwen
Als ik één woord zou willen spreken, dat waar en van mij is, dat raakt wie ik werkelijk ben, dan zou dat woord verwondering zijn. Dat woord dat ben ik gedurende mijn reis naar binnen meer en meer geworden. Verwondering in de betekenis van nieuwsgierig, open minded, ruimhartig en liefdevol. Naar mijzelf en naar de ander. Met verwondering kan ik nu terugkijken op mijn leven en zien waar ik nu dankzij dat verleden sta. Zo laat ik me meer en meer verrassen door mezelf en verrassen door de ander, vanuit het vertrouwen dat het leven, het universum, God of mijn Innerlijke Zelf het goed met mij voorheeft. Het vertrouwen daarin maakt dat ik mij over kan geven aan het leven zoals die zich aan mij ontvouwt. Vaak ben ik blij verrast en soms word ik verrast zonder dat blije erbij. Ook dat is het leven. Paul de Blot, hoogleraar spiritualiteit, hoorde ik een paar weken geleden zeggen: ’’Het is een kunst om te weten wie ik ben. Het maakt me machteloos en krachtig tegelijkertijd. Want wij zijn mensen die doodgaan en tegelijk leven. Als je de waarden van de dood niet herkent, herken je ook niet die van het leven. Als je nooit ziek bent geweest kun je nooit het leven waarderen en als je het duister nooit bent tegengekomen kun je ook het licht niet zien”. Zo is het, dacht ik.
Op elk moment mag ik nu dromen en stilstaan bij mijn diepste verlangen en weet ik dat elk mens, elke ander, ook dat diepere verlangen heeft. En dat ik en jij, waar ook in de wereld, elkaar nodig hebben om dat diepste verlangen te verwezenlijken. Dat kan ieder van ons niet alleen. Daarvoor heeft het ik de ander nodig. Om samen te leven, samen te ontdekken, samen te ‚zijn’.

Fijn dat ik hier voor jullie mijn verhaal mocht vertellen. Dank voor jullie luisterend oor!

 

Preek Jan

Wie ben jij?
Op de weg naar binnen ontmoet ik jou die mij ik laat zijn. Wat is een bruisend leven samen toch zoveel mooier dan alleen, opgesloten in jezelf, je dagen te slijten. Samen, alleen, waar hebben we het eigenlijk over? Ik bedoel, je kunt alleen zijn en absoluut niet eenzaam, als je vrede hebt met jezelf en je verbonden voelt met het hele universum. En je kunt je ook zo opsluiten in een relatie, dat de rest er niet meer toe doet en je samen een enorme eenzaamheid ontwikkelt. Zo zwart wit is de tegenstelling samen – alleen dus ook weer niet. Maar hoe krijg je vrede met jezelf? Hoe los je de tegenstelling in jezelf op tussen de natuurlijke neiging van ik-gerichtheid en eigenbelang aan de ene kant en de geestelijk behoefte om te horen bij en dienstbaar te zijn aan het grotere geheel aan de andere kant? Hoe weef je de aardse en de geestelijke krachten in jezelf in elkaar tot één harmonieus geheel? Mij helpt onze psalm daarbij en ook de interpretatie ervan in het lied ‘Ken je mij?’ van vader en dochter Oosterhuis. Want hoe je het ook went of keert, het gaat hier om zelfreflectie, zelfonderzoek. Wie is de 2e persoon, de ‘jij’ in deze tekst? Is dat God, een dierbare vriend of vriendin, je levenspartner met wie je de intimiteit deelt, of is het iets in je eigen donkere, onzichtbare, verdrongen zelf?

Wie ben ik?
Laat ik beginnen met de laatst genoemde optie. Mijn leermeester Paul Ricoeur deelt het menselijke bewustzijn op in twee delen: het zelf waarmee je allerlei betekenissen die je uit je omgeving krijgt aangereikt, ontvangt en het ego waarmee je aan al die ontvangen waarden, normen, inzicht, vaardigheden dan weer betekenis gaat geven. Wat je in je leven ontvangt aan aardse en geestelijke krachten is lang niet altijd positief, maar wat je daar dan vervolgens zelf mee gaat doen, gaat wel de waarde van je leven bepalen. En zelfonderzoek is in dat bewustwordingsproces heel belangrijk.
Maria heeft mij heel erg geholpen bij dat zelfonderzoek naar de diepere lagen in mijn eigen bewustzijn. Eén van de pijlers van het Inspiratiehuis Arnhem is het InspiratiePodium, waarop zij mensen vraagt iets te komen vertellen over de achterkant van je cv. Niet de voorkant, de glitter en de glamour van je glansrijke carrière, maar de achterkant: waar ging het mis in je leven en wat heb je toen gedaan? Ik geloof dat ik het hier wel eens heb verteld. Mijn eerste verhaal op dat podium hield ik in de grote tot skatehal omgebouwde katholieke Jozef Kerk in Arnhem en ging over een nogal problematische jeugd, een altijd zieke en jong overleden moeder, dat ik al vroeg het huis uit ging en ben gaan zwerven, veel gereisd op verschillende plekken gewerkt, nergens echt mislukt, maar ook nergens echt thuis. Pas toen ik theologie en filosofie ging studeren kwam er wat vastigheid in mijn leven en helemaal toen ik dominee werd in Gasselte.
Een tijd later kwam het tweede verhaal op het InspiratiePodium, dit keer in het Inspiratiehuis met de vraag van Maria: wat heeft die eerste keer met je gedaan? Ik kwam toen tot de ontdekking, dat ik al die onrust eigenlijk over me zelf had afgeroepen, omdat ik me nergens echt welkom voelde en altijd alleen, eenzaam. En voordat iemand me dat kon laten merken was ik allang weer ergens anders. Maar waar kwam dat gevoel van niet welkom zijn dan vandaan? Eigenlijk heel simpel, het lag in mijn familiegeschiedenis. Van zowel vaders als moeders kant was er nogal wat donker familiekarma met kwalijke gevolgen in de doofpot gestopt en beide families lagen elkaar absoluut niet. In een klein dorp voel je dat nog sterker dan in een grote stad. Ze waren dan ook echt niet blij dat mijn vader en moeder verkering met elkaar kregen. Beiden waren in de schoonfamilie niet echt welkom. Dat gevoel heb ik geërfd en met me meegedragen. Maar terwijl ik dat verhaal aan het vertellen was op dat podium in Arnhem schoot me te binnen wat een wonder het eigenlijk is geweest dat ze toch voor elkaar gekozen hebben. En ook al werd mijn moeder ziek na mijn geboorte, ging alles mis wat er maar mis kon gaan, mijn grond, mijn bestaansrecht is en blijft hun liefde voor elkaar van toen. Daar zijn zij lang geleden ondanks alle tegenwerking gewoon voor gegaan en daar ben ik uit ontstaan. En ook dat heb ik mijn leven lang met me meegedragen. En in dat ene heel speciale moment op het podium ging er een knop om. Het niet welkom zijn maakte plaats voor een nieuwe basis van liefde, verbondenheid, en gaan voor waar je voor staat. Ik kreeg vrede met mezelf en kon mijn donkere, onbewuste en verdrongen krachten met liefde omarmen. De aardse en de geestelijke krachten in mij verbonden zich met elkaar. En dat betekende genezing van diepe wonden en een andere kijk op mijzelf en de wereld om me heen.

Ik en jij, samen!
Op de weg naar binnen ontmoet ik jou die mij ik laat zijn. Vrede met mezelf betekende voor mij vrede met mijn ouders, die ik mijn leven lang allerlei dingen heb verweten, maar ook vrede met de wereld om me heen, vrede met God. Ik heb nooit zo’n bekeringsdrang gehad en ook nooit echt gehaat die U haten zoals dat in de psalm heet. Maar ik merk wel dat ik sinds dat opmerkelijke moment in Arnhem wat stelliger ben geworden, veel beter weet waar ik voor sta en daar ook echt voor ga, gemakkelijker de tegenkrachten daarbij met liefde kan omarmen en minder de strijd aanbind. En als ik al de strijd aanbindt, dan moet dat wel waarde hebben voor een groter geheel, voor een samenzijn, waarin diepe wonden geheeld worden, jij net zo belangrijk bent als ik, ik net zo belangrijk als jij, en we het samen goed hebben.
Is dit niet een irreëel ideaal, een naïef samenzijn waarin je alleen maar heel erg teleurgesteld gaat worden? Zou dat niet veel te veel waar zijn? Ja en nee. Oh ja, ook ik voel me vaak naakt, kwetsbaar, met lege handen, zonder licht, schoonheid, originaliteit, zonder schaamte gezien, genomen, in opstand tegen alles wat zich verzet tegen de liefde, alleen, eenzaam, niet welkom, niet geaccepteerd. En dan ineens in een onvoorspelbaar moment, dat je wordt aangereikt, ontvang je een nieuwe bestaansgrond in iets wat je zelf overstijgt, krijg je vrede met jezelf, mag je zijn wie je bent, je geaccepteerd weten, verbonden worden in liefde met jezelf, de ander, met God. Er is nog een hele weg te gaan, het is nog lang niet klaar. Maar op die weg blijf ik bidden: doorgrond mij God en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga en leid mij over de weg die eeuwig is. Want ik weet – en dat is de betekenis die ik geef aan mijn nieuwe bestaansgrond: op de weg naar binnen ontmoet ik jou die mij ik laat zijn.

 

Voorbeden

Lieve God,
Wat is het fijn, dat, als we stilstaan bij de donkere, onbewuste kanten in onszelf, we niet aan onszelf zijn overgeleverd, maar we met alles altijd terecht kunnen bij U. Dank dat U het beste met ons voor hebt en we met U altijd opnieuw kunnen beginnen, zodat nieuwe perspectieven zich openen en het leven weer kleur en glans, klank en harmonie krijgt. En lieve God help ons om dat niet voor onszelf te houden maar te delen met iedereen die er voor open staat en op die manier ons pad kruist.
Wees met een ieder van ons voor wie het leven moeilijk is, met hen die rouwen, eenzaam zijn, of ziek, psychisch in de war of verdwaald in de warboel van de tijd, met hen die verbitterd zijn en verhard, of opgesloten in zichzelf geen uitweg meer zien. God geef hen mensen met een luisterend oor en een warm hart, laat ons die mensen zijn Heer, zodat de wereld er voor ons allemaal weer wat anders, wat mooier uit gaat zien.
Wees daarom ook met ons nu wij stil willen worden voor U. Vul ons onrustige hart met echte stilte, innerlijke rust en de vrede die alle verstand te boven gaat en rechtstreeks van U komt.
Stil gebed
Onze Vader

 

Thema: zelfreflectie

Bijbellezing:
Psalm 139
Liedtekst ‘Ken je mij?’ (Interpretatie van Ps. 139 van Huub Oosterhuis)