Blog

30
Apr

De nachtwandelaar

30 april 2017

Thema: over het verbinden van culturen

Overdenking
De nachtwandelaar
De afgelopen week heb ik een prachtig boek gelezen van de Zweedse schrijfster Marianne Frederickson met de titel De nachtwandelaar. Het gaat over iemand – ene Anjalis uit Ur der Chaldeeën – die uit het noorden van het Tweestromen Gebied komt. Dat is het gebied tussen de twee grote rivieren Eufraat en Tigris, waar ooit Abraham vandaan kwam en later het machtige Babylonische Rijk de heerschappij voerde. Anjalis leeft echter vijf eeuwen later in de tijd van Jezus. Hij was de zoon van Balthazar – één van de drie wijzen uit het Oosten die een ster boven Bethlehem hadden zien staan en een lange reis door talloze woestijnen hadden gemaakt om de nieuwe koning eer te bewijzen. Het volk der Chaldeeën, waar Anjalis toe behoorde, onderhield nauwe contacten met de wijzen uit Egypte en samen braken zij zich het hoofd wat toch die nieuwe ster en meer nog de nieuwe koning die hij aankondigde voor betekenis mochten hebben. In ieder geval was duidelijk dat deze koning in niets leek op de normale machthebbers in deze wereld. Zou er een heel nieuw tijdperk aanbreken, waarin de macht van de grote beschavingen en al hun oorlogen zouden verdwijnen, waarin oost en west elkaar in vrede zouden ontmoeten, in elkaar opgaan en aanvullen? Een tijdperk waarin de weduwe, de wees en de vreemdeling, de mensen zonder rechten dus met liefde zouden worden verzorgd? Als dat zo zou zijn, dan zou dat grote betekenis hebben voor de oude beschavingen van de Chaldeeën en de Egyptenaren. Zij zouden al hun grondstellingen waarop zij hun kennis baseerden moeten herzien en aanvullen met nieuwe inzichten, misschien wel zoals die in Griekenland en meer nog in het Romeinse Rijk waren ontwikkeld. En dus werd Anjalis erop uitgestuurd om polshoogte te nemen van die nieuwe inzichten. Eerst in Griekenland, daarna in Rome. En hij had de vraag meegekregen: hoe kun je oost en west met elkaar verzoenen? Hoe zijn het Oosterse Semitisch Hebreeuwse denken en het Westerse Grieks Romeinse denken bij elkaar te krijgen, te vervlechten zodat er nieuw Godsbeeld, wereldbeeld, mensbeeld kan ontstaan. En dat dan weer zonder dat al het waardevolle van het verleden verloren gaat, maar er juist hoop gaat leven op een wereld waar vijanden elkaar met vrede groeten. Dat zoiets niet onmogelijk is, maar in het huidige bestel van de menselijke werkelijkheid wel met veel ontberingen, offers en zelfopoffering gepaard gaat, blijkt uit het verhaal over Anjalis’ omzwervingen en uit wat hij daar allemaal in beleefde en van leerde.

Stadiën en ellen: twee maten, één werkelijkheid
Dit hele verhaal deed me denken aan het Evangelie van Johannes en ook aan het andere Bijbelboek dat deze leerling – die Jezus liefhad – op het eiland Patmos heeft geschreven namelijk Openbaring. Ik heb nog eens terug zitten bladeren in een serie preken die ik in 2015 hier over het Evangelie van Johannes heb gehouden. Wat ik daarbij vooral ontdekte, is hoe deze evangelist z’n best doet om het Hebreeuwse met het Griekse denken te verzoenen. Hij treedt ze allebei met respect tegemoet en gebruikt in één verhaal vooral de sterke, krachtige elementen uit beide culturen en dat tot in de details van afzonderlijke woorden aan toe. De Hebreeuwse Allerhoogste God, groter dan iets wat wij mensen nog kunnen bedenken, blijft voor Johannes in al z’n mysterieuze onbegrijpelijkheid toch onze heel persoonlijke God. De heldere Griekse redeneer trant die alles zo scherp mogelijk van elkaar onderscheidt en beschrijft kenmerkt ook het Evangelie van Johannes. Zo gebruikt Johannes bijvoorbeeld doelbewust twee verschillende Griekse woorden voor liefhebben – agapè en filia – als hij vertelt hoe de opgestane Heer aan Petrus vraagt of hij Hem liefheeft. En in die liefde komen de Hebreeuwse en de Griekse beleving van de liefde samen: door de Eeuwige gegeven om in mensen vruchtbaar te worden. En dat op een welhaast kosmische manier die culturen overstijgt.
Iets soortgelijks is er aan de hand in het Bijbelboek Openbaring. Het lijkt wel of er in het visioen, dat Johannes over het nieuwe Jeruzalem krijgt, met twee maten gemeten wordt. En dat is ook zo, er wordt gemeten in stadiën en in ellen, dat wil zeggen in twee verschillende lengtematen dus, die desalniettemin toch dezelfde werkelijkheid beschrijven. De stadie is een afstandsmaat die is afgeleid van het Griekse woord stadion. De lengte van het stadion van Olympia was zo’n 180 meter. De Romeinse stadie – in Rome is natuurlijk alles groter – was zo’n 625 meter. De el daarentegen was 45 centimeter. Welnu, de engel met de gouden meetstok, mat de stad: twaalfduizend stadien, zowel in de lengt als in de breedte als in de hoogte. Een volmaakte vierkante kubus dus en als ik de komma goed heb gezet dan heeft deze kubus zowel een lengte, een breedte als ook een hoogte van 7.500 km. Dat wil zeggen in de Romeinse versie van de stadie, die Johannes waarschijnlijk heeft bedoeld. In de veel oudere Griekse versie is dat ook nog 2160 km. Gigantisch dus van afmetingen dat nieuwe Jeruzalem, niet alleen op de grond (lengte en breedte) maar ook zo hoog dat het tot ver in de hemel reikt. Maar dan meet de engel de stadsmuur in gewone mensenmaat, die ook engelenmaat is, en komt op honderdvierenveertig el. Nu is de afmeting geslonken tot zo’n 65 meter, als je dat in het vierkant neemt dan kom je op een redelijk boerenerf, zonder bouwgrond of weiland, maar met wel een enorme ruimte boven zich. Vanwaar deze gigantische verschillen?
Volgens mij komen hier weer de Hebreeuwse en de Griekse beleving van ruimte en tijd bij elkaar en vloeien in elkaar over. Niet alleen is de ‘stadie’ een Griekse en in de tijd van Jezus een Romeinse afstandsmaat en de ‘el’ een Hebreeuwse lengtemaat die ook al in de oude beschrijvingen van de tabernakel en de tempel werd gebruikt. Maar er is meer. Volgens de Joodse beleving gaat de Allerhoogste elk voorstellingsvermogen te boven. Voor Hem bestaan er geen grenzen en als het nieuwe Jeruzalem, Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid, neerdaalt uit de hemel, dan beslaat dat een ruimte die veel groter is dan wij kunnen bevatten, in ieder geval ver voorbij Babel en Egypte. Tegelijkertijd wordt dit kosmische beeld aangevuld met een heel ander profetisch beeld uit het O.T. voor het Messiaanse Rijk, namelijk dat ieder in vrede en innerlijke rust onder zijn eigen vijgenboom van het leven mag genieten. En daar past dan weer de afmeting van een boerenerf veel beter bij. Wanneer dat allemaal zal gebeuren weet niemand, alleen de Eeuwige. Heel Grieks is wel weer dat de maten zo symmetrisch zijn en precies, en tot in de kleinste details worden beschreven. Het zelfde gaat op voor de versieringen en de verschillende soorten edelsteen die daarbij worden gebruikt. Daarbij komt dan ook weer de Joodse getallensymboliek om de hoek kijken en wel met het getal 12: 12.000 stadiën, 144 (=12×12) el, 12 stadspoorten, 12 soorten edelsteen, en zo voort en zo verder. Lees het er maar eens op na.
Nou ja, volgens mij komt het er allemaal in het kort op neer, dat de Allerhoogste het Messiaanse Rijk van vrede en gerechtigheid op aarde laat neerdalen en dat dat de hele aarde en zelfs de hemelen zal omvatten. Én, dat ieder persoonlijk dat zal ervaren, in een heel directe persoonlijke relatie met Hem zal worden verbonden, die de Messias in de harten van de mensen tot nieuw leven heeft gewekt. Een heel nieuw tijdperk dus boordevol hoop en nieuwe perspectieven.

De Heer is mijn herder
Mooi hè, dat de mensenmaat ook engelenmaat is. Met die maat geeft Johannes aan, dat de Allerhoogste m.b.v. Zijn Zoon, Zijn Geest en Zijn engelen zich om een ieder van ons persoonlijk bekommert. Inmiddels is onze kennis over de afstanden op aarde en in de ruimte wel wat veranderd, ook wij zijn net als Anjalis op reis gegaan om meer kennis en inzicht te verwerven. Maar Johannes’ boodschap is ook nu nog onverminderd van kracht. Al lijkt alles zich op het moment samen te spannen om de goede bedoelingen van de Allerhoogste te verijdelen – de tirannen schieten de grond uit, de oorlog met de pers over de persvrijheid is wereldwijd nog nooit zo hevig geweest, de dreiging van een nucleaire oorlog vanuit Noord Korea is levensgevaarlijk en ga zo maar door – Hij zal nooit laten varen het werk dat Zijn hand ooit begon. Oervertrouwen is daarom geboden. Het nieuwe Jeruzalem komt eraan: universeel, kosmisch, wereldwijd en het allerbelangrijkste: in jouw en mijn hart. Ofwel met Psalm 23: Al ga ik door een dal van schaduwen des doods, ik vrees geen kwaad, want Gij zijn bij mij. Uw stok en Uw staf die vertroosten mij.

Voorbeden
Lieve God,
Dank voor het doorkijkje in tijd en ruimte, zelfs voorbij dat wat wij ons nog kunnen voorstellen. Als er iets is dat ons oervertrouwen sterkt, dan is het dat wel. Dank voor Uw Woord en voor de Evangelist, die dat allemaal met ons heeft gedeeld. Heer en wat bijzonder dat U in dat alles toch een heel persoonlijke nabije God bent die voor een ieder van ons het goede leven heeft bedoeld en mogelijk maakt. Dank dat wij de liefde mogen ontvangen die van U komt, waarmee wij ons leven vruchtbaar mogen maken. En wij vragen U Heer help een ieder van ons persoonlijk en ook ons samen als gemeente van Christus hier in Gasselte om daar in ons concrete dagelijkse leven iets mee te doen.
Deze week staan wij stil bij de vrijheid en bij alle offers die daar voor zijn gebracht. Wees met ons Heer als we vanuit dat collectieve bewustzijn wijze lessen willen leren voor het leven hier en nu. Wees ook met ons als het leven moeilijk is. Verwarring en moedeloosheid liggen op de loer, ziekte, lijden en stervensnood zijn aan de orde van de dag, wantrouwen en zelfzucht lijken effectiever dan liefde en verbinding. Wees daarom met een ieder van ons nu wij stil willen worden voor U. Kom in ons hart en doe ons – en een ieder die wij in de stilte aan Uw eeuwige barmhartigheid opdragen – Uw warme nabijheid ervaren
Stil gebed
Onze Vader.

Bijbellezingen:
Johannes 10, 11-16
Openbaring 21, 9-23

Reageer